Aan de meet

Eén dag per jaar mochten we onze straat niet meer uit, afgesloten. Je voelde dat er iets in de lucht hing. Het kalme dagelijks ritme van het dorp liet zich zomaar plooien. Op de dag van de jaarlijkse wielerronde was alles anders.
Dranghekken, geluidsboxen aan lantaarnpalen, gestapelde strobalen en een witte streep op de straat gekalkt. Het scenario geschreven voor een criterium en dat betekent 40 rondjes hard rijden rond de kerk, over klinkers en kinderkopjes zonder drempels. Rivaliserende mannetjesputters op een fiets gaan de strijd aan op een parcours, dat de komende uren exclusief is toegesneden op dit spektakel.
Op deze bijzondere dag staat bij hoge uitzondering ook de palingboer op het dorp. Voor mijn vader is de delicatesse uit deze kraam een feestmaal. Het wisselgeld is mijn bonus als ik er op uit word gestuurd om een kilo van deze zilte zaligheid te kopen. Het voelt als extra Vaderdag en deze zaterdag kan voor hem niet meer stuk. Voor mij evenmin, de coureurs rijden intussen hun beenspieren warm.

Microfonist
De toon is gezet voor een echte kermiskoers. Het geluid zwelt aan, de muziek knalt door de straat met de boog van start en finish. Onderbroken door de reclame-boodschappen van de bakker en de slager die hierdoor ineens meer gewicht lijken te krijgen.
De cabrio met de oogverblindende ronde miss zoeft voorbij. In de jurybus zitten de mannen in pak met allemaal dezelfde gekleurde stropdas.
Het kan beginnen, de ronde, dé ode aan de man op zijn fiets. Het zijn helden, als we de microfonist mogen geloven met zijn witte pet en zijn karakteristieke velours stemgeluid.

In een onafgebroken stroom van prachtige volzinnen en lange uithalen wordt de galerij der gladiatoren aangeprezen. Met de unieke klankkleur, het rauwe, raspende nachtclubgeluid van Louis Armstrong, zweept hij de renners op met een ongeëvenaard woordenspel.
De deuren van de kroegen zwaaien open. De geur van walmende hamburgers, gebakken ui en voorbijrazende renners zijn de legitimatie voor het nuttigen van veel bier. En als het lukt, toch elke ronde reikhalzend uitkijken naar de kleurrijke uit elkaar getrokken meute. Dan gooit de microfonist olie op het vuur, de premies zijn bij terugkeer te verdienen op de meet. Geef het volk brood en spelen en het is altijd feest.
Is het cultuur of volksvermaak?

Favoriet
We hebben een streekfavoriet aan de start. Bertus komt uit ons naburige dorp en rijdt zonder sponsor tussen de gesoigneerde paradepaardjes. Op zijn krappe wielershirt staat de naam van zijn vader, die is olieboer. Maar die intussen wel meegaat met de tijd en omgetoverd is tot handelaar in brandstoffen.
Bertus is een jongen van de gestampte pot die tegen beter weten in elke keer opnieuw zijn fiets uit het schuurtje haalt. En hoopt dat er ooit een koers komt waarin hij in de buurt van het podium eindigt. Hij behoort niet tot de elite van het wielercircus die onderling de prijzen verdeelt. Want hij staat model voor: what you see is what you get.
Het zou Bertus nooit overkomen om te vroeg te juichen want hij komt niet eens in de buurt van de eindstreep. Ja, halverwege de koers, om zich af te melden bij de jury nadat hij naar de Filistijnen is gereden.

Hij traint zich het schompes, gaat tot op de bodem en zelfs er doorheen. Na zijn werk pakt hij zomaar op een doordeweekse avond zo’n dikke 100 kilometer en rijdt zich dan het snot voor de ogen. Eén keer ging hij zo diep, dat hij dacht de stad Groningen te zijn gepasseerd. Bij nader inzien bleek dat Gorinchem te zijn.

Pedaalridder
Met zijn massieve ongepolijste lichaamsbouw is Bertus niet bepaald gezegend met een surplus aan souplesse. Qua uitstraling is hij ook niet de gestroomlijnde etalagecoureur met benen die opzichtig blinken van de massageolie. Het is geen pedaalridder pur sang met hagelwitte sokjes en de brille ontbreekt op alle fronten. Puur op karakter smijt hij met zijn krachten, van doseren heeft hij nooit gehoord.

Meestal hangt hij aan het laatste wiel, in de staart van het peloton en ver buiten de schijnwerpers. Hij fietst achter de feiten aan, maar dat doet hij eigenlijk al zijn leven lang.
Bertus ploetert en produceert het onheilspellend geluid van een oververhitte diesel. Zonder turbo en luchtkoeling weliswaar. Zijn hoofd kleurt namelijk per rondje steeds dieper rood, zodat je stilaan moet vrezen voor ontploffingsgevaar.
Na elke bocht zet hij aan, rijdt steeds een tandje te zwaar. Zodat het voelt alsof hij in de verkeerde categorie is gestart. Alsof het in een dikke bandenrace is, op een damesfiets met terugtraprem. Het ontbreekt nog maar net aan een bel op zijn stuur.
Hij schudt na elke ronde driftig zijn hoofd, de ogen liggen diep in de kassen als hij bij herhaling roept: “het gaat niet meer”… hij is verzuurd tot achter zijn oren. Aanmoedigingen vanaf de kant houden hem overeind, zolang het duurt. Maar het lukt hem niet te verdapperen. Een ronde gedubbeld betekent dat hij is gezien. Met als gevolg, verplicht voortijdig afstappen. Ook vandaag zit hij niet in de slag, gemaakt door de elite met dure fietsen en dikke sponsors.

Aan de meet
“Verbijsterende fysieke prestaties leiden soms tot succes en een volgende keer tot niets, dat is de essentie van de sport. Waarbij af en toe de sterkste wint maar vaker niet”, schrijft een literair geschoolde sportvriend.
En: “De koers bestaat bij de gratie van de strijd tussen de sterkste en de slimste, tussen de benen en het hoofd”.

Om daar onmiddellijk aan toe te voegen dat de prijzen aan de meet worden verdeeld. Meer dan ooit is niet alles wat het lijkt. Manipulatie is van alle tijden, want zelfs de finishfoto geeft een vertekend beeld. En tegenwoordig is ook het publiek fake en staat het applaus op een bandje.

Bertus staat erbij en kijkt ernaar. In de schaduw van de glamour, het podium, de loftrompet voor de winnaars van vandaag. Hij maakt met al zijn goede bedoelingen deel uit van één grote tombola. Maar uiteindelijk valt hij zelf nooit in de prijzen. Anderen spelen het spelletje meer uitgenast, noem het slim. Het valt binnen de rafelranden van de sport die iets animaals, iets bruuts in zich heeft maar wat nooit openlijk zal worden erkend.

Het is als het leven, een kermiskoers waarin je maar beter je eigen ogen niet moet geloven. Waarin Bertus zich staande probeert te houden.
Met de levensles, opgetekend in de songtekst van Raymond van het Groenewoud:

Ik heb al meermaals overwogen, het gaat er niet om hoe snel ik reed.
En evenmin hoe ik zal rijden, maar ik zal mezelf zijn aan de meet!

Je zou zo maar ondergedompeld kunnen worden in de melancholie van dit lied.

Aan de meet


1 gedachte op “Aan de meet

  1. Je hebt een foto geplaatst van Mels de Kievit als speaker met de witte pet.
    In mijn jeugd had je in de jury ook Camiel Mattheeusens uit Ossendrecht, ook altijd getooid met een witte pet maar ook met een forse sigaar.
    Net las Mels en symbool van en voor de wielersport.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *