Bram is een influencer…

Oeps…daar zit hij opeens, onze Bram. Vol in beeld op TV, aan tafel bij een talkshow. Met zijn melkboerenhondenhaar en zijn droopy ogen. Nu nog een kruikje om zijn hals en daar zit onze rasechte Sint Bernhard. Op het balkje van de ondertiteling staat zijn naam en zijn functie: influencer.


Dat is zo’n mysterieus wezen die op Insta en YouTube zoveel volgers heeft. Naar verluidt ben je dan een bekende Nederlander. Hij krijgt zelfs betaald door de overheid om als goeroe zijn publiek te bewegen de coronamaatregelen te accepteren. En nu breekt hij een lans voor het verruimen van de horeca-openingstijden. En dan ken ik hem weer, hij verloochent zijn afkomst niet. Daar zit een verhaal achter.

De bar
Je vraagt je soms wel eens af wat er van iemand terecht is gekomen, die je uit je eigen jeugd kent. Nou, onze Bram is een merk geworden, het gaat hem voor de wind. Het kan verkeren want hij was in onze ogen de personificatie van het “testament van mijn jeugd van Boudewijn de Groot” met de zinnetjes over:
De leraar die mij altijd placht te dreigen. Jongen, jij komt nog op het verkeerde pad. Kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen. Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad!

We kennen Bram dus, van vroeger. Om onze actieradius niet groter te maken dan nodig bleven we op ons eigen durrup om het zaterdagavond-biertje te doen. Met onze opgevoerde Zundapps en Kreidlers liepen we het risico om buitengaats in een fuik te rijden en gepakt te worden, vandaar.
“De bar” was bij ons een begrip en the-place-to-be, waar de dorpsjeugd samenschoolde met minirok en Beatles-haar. Waar de barkeeper met ijzeren hand regeerde. Desnoods met een Engelse sleutel waarmee hij iedereen naar buiten mepte, als het op knokken aan kwam. De plaats om een geschil uit te vechten was dus op straat. En Bram speelde daarbij ook een rol, tegen wil en dank. Kom maar even mee naar buiten.

Vredesmissie
En er werd stevig geknokt als het om de meiden ging. Want we kregen concurrentie van buitenaf en dat op ons eigen speelveld. In onze contreien duldden we dat niet zonder slag of stoot.

Bram was nooit aanstichter van de fikse onderonsjes maar hij vloog er altijd op af. Als door een magneet aangetrokken en met goede intenties, om de zaak te sussen. Zijn weinig overtuigende standaarduitdrukking was: “Doe ff normaal jongens”.
Om daarna de klappen op te vangen en als kop van jut met minimaal één blauw oog van een koude kermis thuis te komen.
Bram bleef in zijn vredesmissie steken in de drieluik veni-vidi-vici, waarvan hij wel eens had gehoord in de geschiedenislessen over Julius Caesar. Hij kwam en hij zag ook wel (heel even), maar kwam nooit toe aan de laatste stap omdat zijn ogen toen al dicht waren getimmerd. Bram stond altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Met terugwerkende mag hij van geluk spreken dat we in een andere tijd leefden. Tegenwoordig heb je, met alle stoornissen en uiteenlopende soorten toerekenings-vatbaarheid, zo een mes tussen de ribben.
Destijds bleef het bij een dikke kaak, gescheurde wenkbrauw en een blauw oog. Bram klokte na gedane arbeid de biertjes gretig weg, in grote mate aangeboden als troost voor het gedolven onderspit. Het deed de wrange smaak van bloed vergeten maar had tot gevolg dat hij een paar dagen niet meer uit zijn ogen kon kijken.

Motoriek
Bram zou met zijn onhandigheid zonder probleem een klassieke rol kunnen spelen in Fawlty Towers. Hij beschikte over een gestoorde motoriek, had een paar bijzondere afwijkingen waarbij ADHD en dyslexie elkaar versterkten.
Hij gebruikte spreekwoorden en gezegden op een manier die niet helemaal klopte, zodat het iets grappigs kreeg. Het deerde hem niet, hij kon er zelf om lachen zonder dat hij wist wat er precies misging. Hij kon de plek niet op de zere vinger leggen want die zat al in de pap.

Maar hij maakte zich er nooit met een leien dakje vanaf terwijl Jantje-van-Leiden in de buurt was. Zo vingen de hoge bomen bij Bram veel ballen omdat hij door de wind de bomen in het bos niet meer zag. Volgens eigen zeggen hield hij de klepel in zijn hand toen hij met zijn lompe kracht een knop finaal uit een deur snokte. En voor hem zag bijna elke vrouw er gedistantieerd uit.
Hij zat met beide benen tot over zijn oren in het verhaspelen van onze schone taal en er was geen speld aan vast te knopen. Bram vond het wel meevallen en riep dat er geen hond naar kraaide. Als je bedoelde wat hij begreep.

Eerste hulp
Het vervangen van de batterijen van zijn transistorradiootje ontaardde in een complete operatie. Het ding raakte daarna nooit meer aan de praat. Zijn eerste auto was lijdend voorwerp van zijn ongeremde dadendrang. Hij wist alle tandwielen en lagers uit de versnellingsbak in no-time om zeep te helpen.
Bram was ongeduldig en vond dat hij eerder aan de beurt was, als hij moest wachten om een drukke weg over te steken. Met een God-zegene-de-greep gaf hij dan plankgas. Maar helaas had ons Opperwezen soms een vrije dag. Hij lag vaak in de kreukels maar stond altijd weer op. Bram was een brekebeen, met twaalf ambachten en dertien ongelukken.

Hij spoedde zich tijdens onze voetbalwedstrijden als eerste hulp naar iemand die met pijn ter aarde was gestort. Liet zijn talent zien, als ambulancebroeder in spé. En jawel, daar is de associatie met de reddingshond: de Sint Bernhard die met zijn kruikje het slachtoffer te hulp schiet. Hij trok zonder aanzien des persoons iedereen weer overeind. Zelfs een speler met een gebroken sleutelbeen. Dat been was daarna niet meer terug te vinden op de plaats waar het behoort te zitten.

Bram was nooit de oorzaak van de ellende maar stond er wel altijd bij. Kreeg de kous op zijn kop en wist niet wat hij verkeerd deed. Hij bevond zich altijd per ongeluk in het holst van de leeuw.

Roem
Bram kan het woord influencer niet eens spellen maar is het blijkbaar wel. Hij komt op TV, dus doet zijn mening ertoe. Met zijn bulderende lach heeft hij de drietrapsraket van onze vriend Julius Caesar intussen met succes gelanceerd.
En dat op zijn geheel eigen wijze, want als het bij Bram niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Hij is de man van het boerenverstand dat met de jaren gekomen is…

Eén ding heeft Bram ons wel geleerd en daarom is nationale roem zijn deel…
De grootste roem in het leven ligt niet in nooit vallen, maar in telkens weer opstaan


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *