Chaperon in de hectiek

Eén ronde voor het einde van de etappe in de Delta Profronde met de finish op de Nansenbaan in Goes stap ik uit de persauto. Eerst de zender los koppelen van de antennes die op het dak van de auto zijn geplakt. Met deze zender hebben we live-verslag op de radio gedaan van de koers, ondersteund door het vliegtuig dat de verbindingen naar de studio in Oost-Souburg verzorgt. Inzet van het vliegtuig is altijd een bijzondere belevenis. Voorheen werd het gebruikt door de NOS in de Tour de France. Het blijft cirkelen tussen de motor met collega Piet Eversdijk en de auto waar ik zelf passagier ben, voorzien van alle documentatie.
Het is genieten als de techniek volledig naar behoren werkt. De tourradio aan boord met alle relevante informatie over het verloop van de etappe, de juryberichten, politieberichten en af en toe een melding van de koersdirecteur. Het routeboek op de schoot en heerlijk radio maken in een voortdurende schakeling tussen presentator Ronald Verburg, Piet op de motor en ik zelf in de auto. Het is een beetje het gevoel van de Tour de France in het klein.

De Stormvloedkering, de Delingsdijk op Schouwen, de Zeelandbrug, een stukje West-Brabant, kasseien stroken, de vermaledijde Kattendijksedijk, veel publiek langs de kant. Een meute van volgers, renners die zich terug moeten knokken “back in the bunch”, sanitaire stops van ploegleiders en mecaniciens.

 

De wedstrijdleider, Mirjam van Es, die via de tourradio de mannen van Shimano aanspreekt: “Heren, wilt u stoppen met foto’s maken, het is geen toertocht”. De waarschuwingen vooraf van gevaarlijk geparkeerd staande auto’s. De fluitende verkeersregelaars, de rotonde die links of rechts genomen worden, met volle snelheid door een rood stoplicht.
Toch gaat er een brug open, op de Oesterdam. Consternatie alom. Hapering in de communicatie met de verkeersleider van de sluizen. Er gebeurt zoveel en toch voel je dat de organisatie goed is, dat ongelukken vrijwel zijn uitgesloten.

Finish

Bij de finishlocatie meld ik mij na 180 kilometer bij Stekeltje, de troetelnaam voor onze mobiele radiostudio op locatie, waar Johnny Soeters geroutineerd de zender gereed maakt voor de finishreportage. En dan begint het echte werk. Je weet dus nooit welke winnaar er uit de bus gaat rollen, in welke taal je hem kan aanspreken als hij eindelijk uitgebold is. En het is live!

Dat is spannend, dat is mooi, dat is radio maken. Collega Piet blijft met de motor zover mogelijk in de buurt van de kop van de wedstrijd en maakt het ultieme finishverslag. Intussen maak ik een inschatting waar de winnaar ongeveer in de remmen zou kunnen knijpen. De finish tune à la Radio Tour de France is gestart.
Via de speaker probeer ik wat mee te krijgen van de naam die als eerste over de streep komt. Ook de regisseur in Souburg probeert de naam over te brengen die mijn collega in al zijn enthousiasme in de microfoon brult.

Tel uit je winst als de meute in volle vaart op je af dendert. En het liefst spreek je de winnaar natuurlijk direct, buiten adem, om zijn verhaal te horen in de uitzending.

Eigenlijk is het een vereiste voor een radioverslaggever. NOS-collega Jeroen Wielaert heeft achter veel renners gedraafd na de finish tijdens de Tour de France. Hij is de trendsetter van dit soort werk. Op sommige momenten heb ik Wielaert als pionier dan ook hartelijk verwenst, weliswaar buiten adem.

 

Chaperon

Mijn maatje in deze hectische periode na afloop van de koers is de chaperon. De naam staat op zijn hesje. Hij is een belangrijke pion in de maatregelen van de Internationale bond om het peloton dopingvrij te krijgen. En werkt mee aan het herstel van de geloofwaardigheid van de wielersport.

De chaperon moet voorkomen dat een renner voor de controle met een of andere truc erin slaagt verboden middelen in zijn urine te maskeren. Ook wel genoemd “lastminutefraude”. Hij wordt in het Vlaams ook wel het plasmaatje genoemd.

De chaperon in deze ronde is gespitst op het onderscheppen van de winnaar door hem geen moment uit het oog te verliezen totdat hij naar de dopingcontrole is geweest. Van de streep tot aan de plas. Hij moet het soms op een sprintje zetten om zijn renner bij de kladden te grijpen.
Dus sluit ik met hem een verbond omdat we eigenlijk hetzelfde belang hebben. Het gaat om strategisch positie kiezen en vaak heel hard lopen.

 

Zo hebben we onze eigen sprints getrokken achter Tyler Farrar, Robert Wagner en Marcel Kittel. Renners die intussen een reputatie hebben opgebouwd in het internationale profpeloton. Kittel maakt zoveel extra meters om uit te rijden om zich te laten knuffelen door zijn ploeggenoten van Skil Shimano dat we hem bijna uit het zicht verliezen. Hijgend vragen we ons af waar hij is gebleven.
In de verte zijn we een Skil-renner omkeren en rechtsaf slaan. Met een schuin oog heb ik daar de caravan al zien staan van de ploeg. Daar gaat hij dus naar toe en laveert tussen alles en iedereen door. Ook tussen de toeschouwers die na de finish hun auto op gaan zoeken om te vertrekken. We hebben hem in beeld. Ik hoor een zucht van verlichting naast me. Mijn plasmaatje staat naast Kittel en stelt vast dat er nu weinig mis kan gaan.

Hectiek na de sprint

Andere keren lukt het wel om de bewuste renner in de remmen te laten knijpen. Het verloop van de laatste kilometers is spannend, al draait het vaak uit op een massasprint. Een etappe in 2009 van de Delta Profronde springt eruit, in mijn beleving.

In een kakofonie van geluid maak ik op dat niemand minder dan Alessandro Petacchi de sprint wint. Mijn hersens draaien op volle toeren. Ik heb thuis geoefend in het Frans, in het Engels, in het Duits. Italiaans ben ik helaas (nog) niet machtig. Koortsachtig besluit ik het in het Frans te proberen. De taal waar ik vroeger op school geen enkele moeite mee had. Maar dat lijkt een eeuw geleden. In mijn hoofd herhaal ik in snel treinvaart mijn vragen.

Petacchi is moeilijk te benaderen en zeker als hij over de finish komt. Zijn sprints zijn zonder opsmuk, niet spectaculair. Allessandro is introvert, zijn bijnaam Ale Jet. Een Italiaans televisiestation zette in de Ronde van Italië een mooie vrouw in om hem te vangen na de streep, het mocht niet baten. Hij keek naar niemand en sprak met niemand.
Hij is een groot renner, won etappes in de Tour, ook in de Giro met het puntenklassement, Milaan-San Remo. Allessandro Petacchi is 38 jaar. Toch denkt de Italiaanse sprinter nog niet aan stoppen. Al was het maar om meer overwinningen te boeken dan zijn illustere landgenoot Mario Cippolini.

De Nansenbaan in Goes: in alle hectiek na een finish krijg ik Petacchi in het vizier. Hij is al omgekeerd en rijdt richting finishlijn voor de aansluitende dopingcontrole en huldiging. Een mecanicien van zijn ploeg duwt hem voort. Fotografen draven met hem mee om in de loop een plaatje te schieten. Lijkt me niet zo handig.

“Alessandro”, roep ik, ”Alessandro”. Hij kijkt om en mompelt: “Momento”. Dat snap ik.
Dan herhaal ik nog een paar keer “Alessandro, Alessandro”, terwijl ik op een drafje met hem meeloop. Ik kijk om me heen of er hulp komt. Misschien van een mooie vrouw. Maar daar stopt hij dus ook niet voor, zo leert de geschiedenis.

 

Ik toon hem mijn microfoon als blijk van mijn intenties. Een interview natuurlijk. Lukt het mij het onmogelijke te doen, waar anderen geen schijn van kans hadden? De regie roept in mijn koptelefoon of ik Petacchi al al te pakken heb. Redelijk buiten adem moet ik zeggen dat ik mij zo dadelijk zal melden.

Interview
En …. trek een ultieme sprint achter Petacchi aan, die in een gelijkwaardig tempo mij enkele meters voor blijft. Hij draait naar rechts, de verzorgingstent in en ploft moeizaam op een stoeltje. Hij kijkt me vermoeid aan, zijn verzorger wrijft met het washandje over zijn gezicht en armen. Dit is hem dan, de grote sprinter en ik moet ergens beginnen.

mijn interview met Petacchi

Hij knikt als ik hem duidelijk maak dat het interview begint. Na de muziek hoor ik de schakeling live naar Goes.
In mijn hoofd is het onrustig. Ik begin in het Frans: “Alessandro, une grande victoire?” Lekkere vraag … aan een renner die alles heeft gewonnen, die maar liefst 180 overwinningen op zak heeft.

Hoe gaat dit verder lopen? De overheersende stem van de speaker vang ik ook op mijn koptelefoon, dat maakt het extra lastig om Petacchi in zijn antwoorden te volgen.
Hij reageert in een soort steenkolenengels en dat verrast mij. Wel met een Italiaans sausje natuurlijk.
Hij is moe: “Morgen nog een dag, dan mag ik eindelijk naar huis”.

Ik ben opgelucht, ik heb de grote Petacchi gesproken. Hij gaf antwoord. Alles heb ik niet kunnen volgen. De Nansenbaan is voor mij even het domein van onoverwinnelijkheid.
Van absolute trots. Het gaat vandaag zeker niet om de vraag. Het gaat om het antwoord en dat heeft hij gegeven.

 

Tyler Farrar wint de Delta Tour Zeeland, de Amerikaan die in Gent woont.
Die spreekt Vlaams met een Yankeesausje. Dat scheelt.
Ik sprak hem ook.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *