Help, ik zit op koken

Eigenlijk is het niet om te vreten maar je wil er niets van weten, omdat je het er zelf naar hebt gemaakt. Het is geen onverdeeld succes, die keer dat we meegedaan hebben aan een avondcursus van onze personeelsvereniging. Regelmatig trekt die club als edel tijdverdrijf een blik activiteiten open met het doel ons uit het dagelijkse harnas te krijgen. Onder het motto ”Oefening baart kunst” zijn we in de verleiding gebracht om te leren koken voor het echie, met pannen dus.

Doe-het-zelf-cursus maar dan met voedsel….

Het is een soort doe-het-zelf cursus maar dan met voedsel, ook wel een workshop genoemd. Plaats van handeling is een oude school, die is omgetoverd tot een multifunctioneel centrum. De praktijk laat zien dat we in een kaal oubollig (klas)lokaal zitten, dat bepaald niet uitnodigt tot het leveren van culinaire hoogstandjes.
Eén deurtje verder houden hoogzwangere vrouwen zich bezig met puffen. Vergezeld van de partner die ook hevig transpirerend en met een knalrood hoofd meegaat in de flow.
Aan de andere kant, naast ons lokaal, zijn we onbedoeld getuige van het aarzelend begin van een instapcursus voor spreken in het openbaar.

Gezelschap
Wij bevinden ons in een gemêleerd gezelschap. Maar eigenlijk gaat het hier om een excellent stelletje sukkels, neergezet in een vermakelijke scène om de onhandigheid van de man opnieuw met een tv-serie te bevestigen: Help, mijn man kookt

Kieskeurigheid staat niet op de kaart….

We staan onder de bezielende leiding van een kordate mevrouw. Ze staat op haar strepen en laat, voor onze begrippen, iets te enthousiast weten wat we moeten doen. Dat werkt dus niet, want hier zijn een paar eigenwijze overheidsdienaren aan het werk. Het waarschuwend vingertje van de ingehuurde cheffin is bedoeld om vooral niet te knoeien met eten.
Kieskeurigheid staat niet op de kaart, want alles wat je zelf maakt word je geacht ook op te eten. Al is het tegen wil en dank, alleen maar om te voorkomen dat we er een potje van maken.

Melange
Aan de slag dus, stap voor stap doorlopen we gezagsgetrouw het kookproces. In een afzichtelijke keukenschort die in het lespakket zit. We beginnen met het jassen van de piepers. Met een hele dikke schil van het kaliber: van dik hout zaagt men planken. We doen ons uiterste best om vooral de kwaliteit van een sterrenrestaurant niet te willen evenaren.
Herman den Blijker zal geen moeite doen om tussen neus en lippen te komen vertellen wat er vooral beter kan. We moeten het zelf uitzoeken, dus knoeien we wat af in koppels van twee. Ik heb een koksmaatje in de man van grondzaken. Zie hier twee onnozelaars die niets in de melk te brokkelen hebben.

Het lijkt op de grote ketel van de druïde…

De vlam gaat in de pijp, het is een bliksemstart alsof we olie op het vuur gooien.
De pannen en potten dampen, pruttelen, rammelen en dansen. Door het ontbreken van een fatsoenlijke afzuigkap verandert het lokaal in een oververhitte walmende stookruimte als die van een stoomlocomotief.
Er hangt een weeïge en penetrante geur van een melange van spruiten, bloemkool, andere gekneusde koolsoorten en ongecensureerd vlees. Geen Lakenvelder-steak, gezien het low budget van de cursus.

De ramen staan wagenwijd open, in een verwoede poging om de lucht te filteren. Een argeloze voorbijganger fronst de wenkbrauwen en knijpt de neus dicht. Hij vraagt zich af wat we aan het bekokstoven zijn. Het lijkt op de grote ketel van de druïde uit de strip van Asterix die zijn befaamde toverdrank brouwt van vis, kreeft en aardolie. We zitten naar ons idee niet eens zo ver van dat mengsel vandaan.

Zoutbus
In het opgetrokken rookgordijn strooi ik te kwistig met de zoutbus en verwoest daarmee de smaak van onze zorgvuldig voorbereide aardappelen.
Mijn partner-in-crime kijkt me aan en trekt de conclusie dat dit niet meer te herstellen is, laat staan nog te eten. Ik help hem snel uit de brand door onze pan om te ruilen met die van de buurman. Dat is de collega met bril die dermate is beslagen dat hij links niet meer van rechts kan onderscheiden en amper ziet in welke pan hij staat te roeren. Dit keer laat zijn scherpe blik hem in de steek.
Ik constateer tot mijn grote vreugde, in deze onoverzichtelijke situatie, dat er zowaar een wonder is geschied. Onze eigen “minister” van grondzaken beschikt over een onvermoede aanstekelijke lach.

We laten ons niet kennen…

Aan tafel probeert iedereen met een stalen gezicht zijn bereide maaltijd met smaak te verorberen. Want we laten ons niet kennen natuurlijk, ook al smaakt het nergens naar. Toch waagt onze man met de slimme bril het te zeggen dat zijn aardappelen “iets aan de zoute kant zijn”. En hij begrijpt daar helemaal niets van. We kunnen ternauwernood zijn poging verijdelen om een volle bloemenvaas met water in één keer achterover te klokken.

Kleine dingen
De onvermijdelijke afwas behoort ook tot het lijstje om het certificaat met goed gevolg te bemachtigen. Daarbij kan ik het als aangever niet laten onze boekhouder op de proef te stellen. Terwijl het servies vanachter de gebogen rug van onze persoonlijke vaatwasser opnieuw doorkomt, gaat er bij hem een lampje branden. Het dringt eindelijk tot hem door dat dezelfde borden voor de vijfde keer door zijn handen gaan.
Naast mij schiet mijn oersaaie maat opnieuw in een stuip en slaat zich op de knieën van het lachen. Soms komt een wonder in tweeën en dat warempel op één dag.

…met een grote korrel zout nemen

Zelf heb ik nada, niks geleerd, het ging eigenlijk helemaal nergens om. Maar sinds die kookles voor kneuzen zie ik sommige collega’s op een andere manier door het kantoor lopen. Omdat ze zich ontplooien en hun gevoel voor humor ontginnen, zodra je ze uit hun gekunstelde habitat haalt.

Voor mijn part gaan we volgende keer vlotten bouwen, grote vuren stoken of ukelele spelen op het strand. Of zelfs bingo, het is om het even, het is tot ons aller nut en genoegen.

Geluk zit in kleine dingen en soms moet je het leven gewoon met een grote korrel zout nemen.

Ter illustratie volgt hieronder de korte beschrijving van enkele mede-dummies – in het dagelijks leven dus collega’s – die helemaal zijn opgegaan in deze kleurloze omgeving:

  • De man van de grondzaken die al twee jaar lang dagelijks een kruis zet door de dagen. Hij telt met smart af naar zijn pensioen. Zonder ooit betrapt te worden op een lach en met een uitdrukking alsof het leven een zware kar is die hij in zijn eentje moet trekken.
    • De volgende is onze boekhouder, de man van de cijfertjes achter de komma die elke dag de schatkist bewaakt. Hij gaat letterlijk en figuurlijk gebukt onder de angst dat het niet tot op de cent zou kloppen.
  • Dan is er ook de collega met de slimme bril en scherpe blik, het hoofd van een afdeling die iets op sociaal gebied doet. Hij denkt ons wel iets te kunnen leren als het om koken gaat.
    • Ten slotte loopt er ook een look-a-like van Lucky Luke die overdag in de rioolputten zit en op les is gestuurd door zijn vrouw. De liefde ging bij hem blijkbaar niet door de maag, dus is hij nu zelf de pineut. Hij mag proberen om de anti-peristaltische beweging te doorbreken.

Geplaatst op Metroniews.nl op 10 augustus 2020

1 gedachte op “Help, ik zit op koken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *