Vrijgevochten, lomp en onverbeterlijk

De oubollige schoolfoto in zwart wit levert het onomstotelijk bewijs, je kon niet zomaar om hem heen. Dat ene ventje met die markante kop trok altijd en overal de aandacht en maakte een onuitwisbare indruk. De foto zou nostalgische gevoelens moeten oproepen maar dat doet het niet. Integendeel, we waren indertijd klasgenoten en willen het daar vooral maar bij laten. Want dat manneke lag niet zo lekker in de groep.

Pietje was een aparte, dat hoorden wij vaak vertellen in de wandelgangen. Hij nam ook niet de moeite dat te ontkennen. Als je hem hoorde praten kreeg je het gevoel dat je zelf alles verkeerd deed. Hij had al vroeg het alleenrecht op de meertalige gebruiksaanwijzing voor het leven. Was voor de duvel niet bang, een straatvechter, recalcitrant en brutaal. Als een nietsontziende machinist wist hij zonder aanziens des persoons alles en iedereen plat te walsen.

Schelmenroman
Zijn enige perspectief was eenrichtingsverkeer. De bekende bordjes met artikel 461 wetboek van strafrecht waren op hem niet van toepassing. Een stuitend gevoel van superioriteit was bij zijn geboorte ingebakken.

Door zijn gedrag maakte Pietje zich bepaald niet geliefd. Maar dat interesseerde hem geen moer en eigenlijk was hij gewoon onuitstaanbaar. Hij kleurde per definitie nooit tussen de lijntjes. Gooide een kroontjespen achter op de hielen van een juf, die hem net daarvoor een klap voor zijn kop had gegeven.
Een deugniet, maar dan in het kwadraat, die met zijn kattenkwaad de streken deed verbleken van zijn naamgenoot uit Rotterdam, Pietje Bell. Opgetekend in de gelijknamige schelmenroman.
Onze blindganger was de schepper van zichzelf en voelde zich in historisch perspectief een ware Bataaf. Een rasechte Hollander dus, maar dan in de meest lompe betekenis van het woord. Want dat stukje vaderlandse geschiedenis was bij hem, als zelfingenomen en dwarse kaaskop, redelijk blijven hangen. Hij liep al met een kaalgeschoren kop terwijl wij de kapper kwalijk namen als er maar een millimeter van onze Beatles-look af ging.

Puinhoop
Intussen is hij een hele Piet geworden, alleen al door de verdrievoudiging van zijn lichaamsgewicht. Uitgegroeid tot de uit de kluiten gewassen personificatie en het meervoud van absolute eigenwijsheid. In die hoedanigheid spreekt hij zich vierkant uit tegen de huidige coronaregels. Vooropgesteld, het is dus niet zijn probleem. De schuld in andermans schoenen schuiven is ook hem als rechtgeaarde Hollander niet vreemd.

Volgens onze allesweter maken ze er in Den Haag zelf een puinhoop van en ook de geleerden rollen over elkaar heen. Wat hem betreft zijn ze langzaam maar zeker meegezogen in een moeras van blunders, gedraai en halve waarheden. Dringende adviezen, geboden en verboden zijn gericht aan dovenmansoren.
Want Piet heeft zich never-nooit ook maar iets aangetrokken van wat anderen zeggen. En het woordje “moeten” roept bij hem sowieso een acute allergische reactie op. Het mag duidelijk zijn, hij laat zich niet de wet voorschrijven. In zijn doorgaans plastisch uitgedrukt jargon kan het aan zijn reet roesten.
Met een glunderende vanzelfsprekendheid baant hij zich zonder mondkapje door de jungle van de supermarkt. En loopt ijskoud, tegen de richting in, iedereen van de sokken. De blikken van ongenoegen raken hem niet.

Vrijheidsstrijder
We kijken er niet vreemd van op dat Piet opnieuw zijn kont tegen de krib gooit. Voor zover dat nog niet duidelijk was, hij is altijd een outlaw geweest. Lapt alles aan zijn laars en kent geen enkel ontzag voor gezag. Het heeft deze volbloed egoïst nog meer door de wol geverfd en van de nodige littekens voorzien maar zijn motto blijft onveranderd: “Het zal mijn tijd wel duren en na mij de zondvloed”.

Deze raddraaier reed al op een brommer voordat hij zestien jaar oud was en voerde die zo hard mogelijk op. Niet tegen de grens maar er grandioos overheen. En koos nooit voor de gebaande paden met bijna 100 per uur, zodat ze hem toch een keer te grazen namen. Er volgde inbeslagname van het vehikel, waarna Pietje het tot minimale afmetingen samengeperst, in een klein postpakketje, thuis bezorgd kreeg.
Het mocht de pret niet drukken: het ging om de kick, de uitdaging, het ondergraven van gezag.

Niet voor niets stond de naam Che met grote letters op zijn schooltas gestift. Die Cubaanse vrijheidsstrijder met baret en de welluidende achternaam Guevara.
Na zijn uitgezeten schooltijd koos Piet natuurlijk het ruime sop, de grote vaart. Terug aan wal verdiende hij daarna zijn geld, vooral zwart.

Ongeregeld
Deze sjacheraar eerste klas pikte in de loop van de tijd zijn graantje mee en voelde zich in goed gezelschap van een andere Rotterdamse naamgenoot, Piet Hein. Voor wiens avontuur en grote daden hij bovenmatige interesse aan de dag legde. Vooral met het enteren en veroveren van de Spaanse zilvervloot.
In zijn onnavolgbare handel en wandel scharrelde onze eigen Piet met van alles wat los en vast zat. Verkocht dubieuze zaken die met regelmaat van de vrachtwagen waren gevallen. Zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel met “handel in ongeregelde goederen” dekte dan ook volledig de lading.

Deze veredelde marktkoopman deed nooit aan sport maar liet af en toe op zaterdagmiddag zijn neus zien de plaatselijke voetbalclub. Met als enige doel om de scheidrechter verrot te schelden en die man tot vervelens toe te confronteren met de afgezaagde en sarcastische opmerking dat “hij thuis bij zijn vrouw zeker niets heeft in te brengen”. Ook hier werkte gezag bij hem als een rode lap op een stier.
Na het botvieren van zijn frustratie trok hij aan de kantinebel voor het rondje drank voor de hele tent. Even later stapte “onze” megalomaan met veel plezier en 17 bier in zijn kraag zelf achter het stuur van zijn Mercedes.

Provo
Die vermaledijde Pietje, de verkleining van zijn roepnaam is niet zozeer uit sympathie maar meer door zijn kleine gedrongen gestalte. En eigenlijk ook wel door zijn zekere mate van onaantastbaarheid die ergens bij ons diep verscholen een vreemd soort respect afdwong.

De goochemerd maakte ons medeplichtig aan een actie op onze lagere school die nog nooit vertoond was. Hij kwam met het idee, de verf en de kwast en was zo streetwise het ons te laten uitvoeren en medeplichtig te maken. Het woord PROVO verscheen in grote witte letters op de muur van het schoolgebouw.

Wij beseften totaal niet wat dat betekende, maar het stond wel stoer. Veel later leerde ik dat het een statement was die de toets van orde en gezag op onze toenmalige school niet kon doorstaan. Getuige de spontane ontploffing van het hoofd der “School met den Bijbel”, met als gevolg twee weken lang nablijven met de bedoeling dat er iemand uit de school zou klappen. Ons zwijgen onderging de lakmoesproef maar we bezweken niet onder de immense druk. Het was een proef op de som van solidariteit. Op basis van een bedenkelijk monsterverbond en onze ontgroening voor een kortstondig verblijf in de orde van de bloedbroeders. Waarvan onze maat de spontane oprichter was omdat hij handig de omstandigheden naar zijn hand kon zetten. Beter gezegd, we waren erin geluisd.

Tijden veranderen
Later zagen we beelden in het nieuws op onze zwart-wit TV met hooguit drie zenders inclusief de Belg. En toen begrepen we de moraal van het verhaal. In Amsterdam werden provo’s hard aangepakt en mariniers veegden de Dam schoon. De oproerpolitie (karabijnbrigade) drukte onlusten de kop in met rieten schilden en de lange lat. De onruststokers zaagden met hun verzet openlijk aan de stoelpoten van de autoriteiten. En de provo stond voor provocatie van de gevestigde orde.

Bob Dylan zong het protestlied waarin hij zijn onvrede uit de doeken deed met ‘The Times They Are A Changing’: “Come senators, congressmen. Please heed the call. The battle outside will soon shake your windows and rattle your walls.”

Het was een totaal andere wereld voor ons, daar in Amsterdam.
Wij keken toen braaf naar de Amerikaanse TV-western van de ongelooide huiden, Rawhide. Waarin cowboy Clint Eastwood zijn doorbraak maakte als acteur. Die mannen dreven de kudde van a naar b en elk stuks vee dat dreigde te ontsporen werd hardhandig tot de orde geroepen. Keep movin, movin, movin.
Zoals bekend hield Piet niet zo van deze kadaverdiscipline en over de kudde gesproken had hij maar één principe: Wie achter de kudde aanloopt sjouwt altijd door de stront! En daar moesten we het maar mee doen.

Vrijheid
Piet teert op zijn eigen ongeschreven principes waardoor deze altijd min of meer onaantastbaar blijven.
Inmiddels heeft hij wel een tandje terug moeten doen en is aangewezen op een scootmobiel, waaraan natuurlijk ook is gesleuteld en opgevoerd. Een ingebouwde radio stoot krakend en piepend de legendarische klanken uit van Bob Dylan.
In een nieuwe tijd, in dezelfde versie. Uit het stof herrezen… maar aan de orde van de dag.
Hij meldt zich van tijd tot tijd op het leugenbankje met de rest van de verzamelde oudere meute.  De discussie gaat nu over de rekkelijken en de preciezen in tijden van corona. Het mag geen raadsel zijn waar Piet, met zijn grote muil, bij hoort.

Het is wachten op de dag dat zijn houdbaarheidsdatum is verstreken. En het zal hem een zorg zijn of corona hem al dan niet bij de kladden grijpt. Solidariteit is voor velen een groot goed maar dat staat, na het incident op de lagere school, nergens meer in zijn woordenboek.

Vrijheid van leven en handelen geldt als grote gemene deler voor veel Nederlanders. De invulling van dat begrip is per persoon verschillend en o zo tegengesteld. Dat zien wij nu in de soms onhandige strijd tegen corona. Piet is wat dat betreft niet de meest voor de hand liggende persoon om als voorbeeld te dienen.

Piet Hein heeft een standbeeld (in Delfshaven), de onverbeterlijke Piet (nog) niet….


https://youtu.be/3_rHrLHIeyI
Rawhide, de titelsong

 

1 gedachte op “Vrijgevochten, lomp en onverbeterlijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *