Willen is kunnen

Daar staat ie dan, een paar turven hoog, in de kleedkamer, te stuiteren van de adrenaline, met vuurrode konen. De stekelhaartjes staan recht overeind. Met een wijde broek die tot ver over de opgetrokken kousen reikt, oranje schoenen en een dubbele knoop in de veters. Het is aandoenlijk als het niet zo schrijnend zou zijn.

Het mannetje heeft zojuist zijn voetbalwedstrijd achter de rug en meer dan voldaan aan de gestelde eisen van zijn vader. Hij knijpt zijn vuistje toe met daarin de klinkende munt, de beloning voor zijn gescoorde goals. Hij weet niet beter, het is junior met de paplepel ingegoten dat alleen presteren telt en loont!

Dat hij het plezier van zijn maatjes in deze teamsport frustreert, staat niet ter discussie. Het laat senior koud, die laat luidruchtig weten de wijsheid in pacht te hebben. Met de uitstraling en het empathisch vermogen van een onderkoelde walrus in de Noordelijke IJszee is deze man een karikatuur van zichzelf, niet gehinderd door enige zelfkennis en realiteitszin.

De kost gaat voor de baat uit, want eens zal de zilvervloot binnen varen als zoonlief zich in het exclusief gezelschap weet van vet betaalde profs. Hij droomt van de roem die hij zal oogsten als voetbalvader. Eigenlijk investeert hij in zichzelf en zonder dat hij het beseft, doet hij dat ook nog met terugwerkende kracht. Zijn eigen onvermogen, frustraties en mislukkingen in het leven moeten namelijk hersteld worden door zijn zoon. Dit soort megalomane personen kennen het verschil niet tussen motiveren en indoctrineren. Ze zijn helaas geen uitzondering.

De Spartaanse aanpak trekt een schaamteloos spoor naar school en alle andere zeven sloten waarin het ventje tegelijk moet lopen om zijn bestaansrecht op te plussen. Met een opgevoerde motorische ontwikkeling moet hij als super-Mario zijn die steeds hoger en verder springt, van level naar level. Aangejaagd door de ouderlijke turbo om zich te onderscheiden van de rest. Omdat het ventje eenzijdig eigenschappen worden toegedicht die het normale patroon te boven gaan. Maar intussen wel met roofbouw op de spontaniteit en het plezier dat kinderen zo eigen kan maken.

Het ventje is intussen uitgegroeid tot een man. Er is een kink in de kabel gekomen, de boog tussen willen en kunnen bleek te gespannen te staan. De rek is uit het elastiek. Hij heeft nu een coach die hem echt zijn mogelijkheden leert kennen maar vooral zijn grenzen.

Zijn vader begrijpt er helemaal niets van, hij heeft er alles aan gedaan…