Zaterdag was de mooiste dag van de week

Op de fiets naar het sportpark, op het stuur de tas met voetbalschoenen, stijf van de modder van de wedstrijd van vorige week.

Omdat we met ons vierde elftal thuis spelen beschikken we vandaag over een grote selectie. Het spelerspotentieel past amper op de elftalfoto, die letterlijk en figuurlijk toont dat ons groepje breedtesport beoefent. Met zoveel massa aan gewicht is het te vergelijken met het sponseren van een olifant door De Ruijter’s gestampte muisjes. De shirts staan zo strak gespannen dat de naam van de frituur-sponsor in volle glorie wordt geëtaleerd maar wel is voorzien van diepe horizontale plooien.

Krochten

De prestatie staat bij ons niet op de eerste plaats, maar stiekem willen best ook wel eens winnen. Met ons gemankeerde elftal spelen we in de diepe krochten van de kelderklasse. Elke week gaan we op zoek naar het bijzondere in het doodgewone.

Als schouwspel is het niet hoogdravend maar de beleving is er niet minder om. We houden zelf de illusie in stand dat we tot grootse daden in staat zijn. Pogingen om de bal over 40 meter op de stropdas te leggen stranden in schoonheid. Ze worden op de voet gevolgd door onnavolgbare schijnbewegingen met het risico dat, alles wat zich in het gebied onder de knie bevindt, acuut kan afscheuren.

Onze pogingen om er een wedstrijd van te maken spelen zich meestal af op een mistroostig veld, ergens in de middle-of-nowhere, met anderhalve man en een paardenkop als toeschouwer. Op een veld waar je zelf de bal uit de sloot moet vissen en dat zover van de kantine is gelegen dat bij acute hartstoornissen de traumaheli eerder aanwezig is dan de AED. Want die moet een afstand van meer dan een kilometer overbruggen.

De onverbiddelijke wet van de zwaartekracht doet bij ons regelmatig zijn werk. Nadat we met drie man sterk een ploeggenoot voor de vierde keer terug op zijn benen hebben gezet, klinkt het eindsignaal als een bevrijding.


Vormloos

Strompelend bewegen wij ons naar het kleedlokaal, op weg naar de zuurstofflessen. Als piepende wrakken op weg naar de sloop. Het uiterlijk vertoon na deze veldslag toont sterke gelijkenis met een bos gerooide aardappelen die radicaal uit de najaarsklei is getrokken. Ruw, ongewassen en vormloos waaraan de stinkende modder van de akker zich heeft vastgezogen.

Door het verouderingsproces zijn de juiste verhoudingen boven en onder de gordel bij het merendeel van het team uit balans geraakt. De omvangrijke buik staat in schril contrast met de magere beentjes die de weelde moeten dragen. De afgezakte kousen en een verdwaalde scheenbeschermer maken het plaatje compleet.

De kleedkamer is het exclusief domein van de zaterdagmiddag, een heerlijke smeltkroes van culturen en beroepen zonder onderscheid des persoons. De voertaal is rauw, de sfeer die van harde humor en vooral saamhorigheid. Een verzameling van ruwe bolsters, blanke pit.

Los van het resultaat smeren we na afloop de kelen met bier, dat tweehoog in kratten in het midden van de kleedkamer staat aangeboden. Onze grootste gemeenschappelijke deler is de spelerspot, elke week fors aangevuld en bestemd voor de jaarlijkse barbecue. En het fruitmandje voor een teamgenoot die door een rotschop even uit de roulatie is.

Epiloog

Onze voorstopper schrijft het wedstrijdverslag. Hij besluit steevast met een epiloog, een term die hij uit zijn kennis van de literatuur heeft opgepikt. Om vervolgens een nog grotere lap tekst te schrijven dan het verslag zelf. Hij ziet blijkbaar elke keer een andere wedstrijd, zonder zijn leesbril.

De uitsmijter aan het slot van zijn epistel is de zin uit het liedje van onze vakbroeders uit de tv serie All Stars…

Zaterdag was de mooiste dag van de week.